Bestuurder / directeur

Autisme is een andere manier van informatieverwerking. Mensen met autisme kunnen een positieve bijdrage leveren aan de samenleving, maar dat vraagt wel een cultuur waarin ieder individu de kans krijgt om zich binnen zijn capaciteiten te ontwikkelen. Daarvoor is maatschappij-brede kennis nodig over wat autisme inhoudt.
[Lees meer over autisme.]

Wat kunt u in uw vak doen als u te maken heeft met mensen met autisme?  

Bij u op school

Mensen met autisme verenigen verschillende mentale leeftijden in een persoon. Voor kinderen betekent dit dat ze cognitief soms verder zijn dan leeftijdsgenoten, terwijl het sociale inzicht en de zelfstandigheid pas later ontwikkelen. Een kind met een waaier aan mentale leeftijden heeft vanzelfsprekend ook een andere onderwijsbehoefte. Maatwerk in onderwijs én zorg is nodig om een kind met autisme een veilige omgeving te bieden waarin hij zich evenwichtig kan ontwikkelen. Maatwerkarrangementen ontstaan door integrale samenwerking tussen onderwijs en zorg voor (beter) passend onderwijs en voorkomen van schooluitval. (Wilt u meer informatie voor uw rol als werkgever, lees dan hier over hoe om te gaan met werknemers met autisme).

Signalen

Bij jongeren met autisme kan een ander ontwikkelingspatroon blijken uit het gedrag in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld als iemand moeite heeft met vriendschappen met leeftijdsgenoten, of tegen bepaalde problemen aanloopt in het onderwijs. Vaak heeft dit te maken met moeite met veranderingen en met het omgaan met onzekerheden. Dat geeft veel spanning. Door de andere manier van denken kunnen mensen zich onbegrepen voelen, maar ook zichzelf en anderen niet goed begrijpen. 
Bij autisme kan ook onbegrepen verzuim voorkomen. Hierin is meestal een patroon te ontdekken of kan samenhangen met overgangen en wijzigingen zoals: overgang van weekend naar werkweek, moeilijk aan de dag kunnen beginnen en daardoor vaak te laat komen, moeite met nieuwe leerkracht, etc. 
Deze signalen kunnen wijzen op autisme, maar kunnen ook een andere oorzaak hebben. Om autisme vast te stellen is uitgebreide diagnostiek nodig. 

Wat kunt u doen als u vermoedt dat er mogelijk sprake is van autisme

Wat doet u als bestuur of directeur als u vermoedt dat bij een leerling autisme zou kunnen spelen. Hoe maakt u dit op respectvolle manier bespreekbaar? Het is een dilemma. 

Als u autisme noemt kan het zijn dat ouders of leerlingen dat niet herkennen. Het kan ook zijn dat de leerling helemaal geen autisme heeft. Dit schaadt dan vaak het vertrouwen en kan leiden tot verslechtering van de verstandhouding. U kunt wel concrete gedragingen of het functioneren en de eventuele problemen bespreekbaar maken zonder er een ‘label’ aan te koppelen. Tevens kunt u polsen of er bereidheid is uit te zoeken wat er aan de hand kan zijn. Ouders kunnen voor een check of sprake is van autisme bij de huisarts vragen naar een doorverwijzing voor een in autisme gespecialiseerde psychiater. 

Wat kunt u doen als u weet dat er sprake is van autisme

  • Als bestuurder bepaalt u of houdt u toezicht op het beleid van de school. U kunt samen met de directeur beleid ontwikkelen om een autismevriendelijke school te worden en erop toezien dat dit ook gebeurt.
  • Realiseer u van te voren dat het leren omgaan met autisme tijd, energie, interesse en onderling overleg vraagt en dat het begeleiden van een leerling met autisme een doorlopende zaak is.
  • Sta garant voor een continuïteit in de begeleiding van een leerling met autisme gedurende de gehele schoolloopbaan.
  • Ontwikkel een visie en beleid op school ten aanzien van de zorg aan leerlingen die extra hulp nodig hebben en ten aanzien van het omgaan met verschillen tussen leerlingen en draag dit ook als bestuurder actief uit.
  • Vraag de directie, de zorg op school aan leerlingen met autisme te beschrijven in een ‘protocol autisme’ en check of de zorg aan een individuele leerlingen met autisme per geval wordt uitgewerkt in een handelings- of begeleidingsplan. Betrek hier altijd de ouders bij.
  • Zie erop toe dat de visie en het beleid van school zijn ingebed in een zorgstructuur op school, waarin de begeleiding van leerlingen met autisme goed geregeld is en voor alle betrokkenen transparant en duidelijk is.
  • Sta voor een schoolcultuur waarin docenten bereid zijn om zich te verdiepen in een leerling met autisme en zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het tegemoet komen aan onderwijsbehoeften van deze leerling.
  • Vraag na of docenten en mentoren intern en bovenschools een beroep doen op deskundige begeleiding en ondersteuning bij het aanbieden van onderwijs aan leerlingen met autisme.
  • Vraag na of er op school een persoonlijke mentor of coach aanwezig die een leerling met autisme door de jaren heen begeleidt en de vinger aan de pols houdt.
  • Check regelmatig hoe de samenwerking met ouders georganiseerd is. Informeren school en ouders elkaar regelmatig? Maak ouders partner in de zorg aan leerlingen.
  • Zie erop toe dat de school samenwerking zoekt in de regio met externe deskundigen of specialisten die bij de zorg aan leerlingen met autisme betrokken zijn.
  • Vraag na hoe de leerlingen met autisme worden begeleid bij belangrijke schakelmomenten in hun schoolloopbaan, zoals de overgang van primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs en de overgang van het voortgezet onderwijs naar arbeid of een vervolgopleiding. Dit zijn cruciale begeleidingsmomenten.

Meer informatie

Deel dit artikel

 Bezorgd over uw privacy?