Sportcoach

Autisme is een andere manier van informatieverwerking. Mensen met autisme kunnen een positieve bijdrage leveren aan de samenleving, maar dat vraagt wel een cultuur waarin ieder individu de kans krijgt om zich binnen zijn capaciteiten te ontwikkelen. Daarvoor is maatschappij-brede kennis nodig over wat autisme inhoudt. Wat kunt u doen? 

Als sportcoach kunt u een belangrijke rol spelen om de sterke kanten van mensen met autisme op een ontspannen manier verder te ontwikkelen en de minder sterke kanten, minder aanwezig te laten zijn.

Wat kunt u doen?

Verdiep u in autisme
Wat is autisme, wat vraagt het van u en wat brengt het de sportvereniging? Kijk hoe u bij kunt dragen aan de ontwikkeling van de sporter, door kennis te hebben over de afwijkende ontwikkeling van de sporter. Zonder deze kennis ontstaan vaak misverstanden en worden mogelijkheden voor ontwikkeling niet optimaal benut. Maak het onderwerp bespreekbaar binnen de club en inventariseer de interesse van anderen om eventueel gezamenlijk een training over dit onderwerp te volgen. 

Het NOC-nsf biedt trainingen aan over sporten en autisme:

Ga in gesprek met sporters over wat zij nodig hebben
Vraag sporters met autisme wat zij nodig hebben om veilig en met plezier te sporten. Ieder persoon met autisme is anders. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Houd er hierbij rekening dat zelfreflectie en zelfinzicht bij mensen met autisme soms minder goed ontwikkeld is. Daarom kan het behulpzaam zijn een ouder of begeleider hierbij te betrekken. 

Gespreksonderwerpen kunnen zijn:

  • sterke en zwakke kanten,
  • omgaan met regels,
  • welke aanpassingen zouden de sporter helpen (vaste opbouw van de training),
  • wensen met betrekking tot de trainingslocatie (licht/ruimte/ligging),
  • tijdstippen,
  • rustige plek in (aparte) kleedruimte,
  • informeren van teamgenoten,
  • eventuele mogelijkheden om te sporten met andere sporters met autisme,
  • wens tot sporten met een maatje,
  • moeilijkheden met teamgenoten,
  • begeleiding van het kind tijdens het sporten. 

Attendeer sporters erop dat zij eventueel het gesprek kunnen voorbereiden via de Gesprekshulp voor op de sportclub.

Denk na of en hoe u aan de wensen van de sporter invulling kunt geven

  • Bieden van structuur: zorgen voor een overzichtelijke, prikkelarme situatie (licht, geluid, aanraking), duidelijke regels (en het naleven hiervan), afbakening van plaats en tijd.
  • Tijdig aankondigen van veranderingen zoals een ander veld, andere trainer, andere training, andere opstelling, andere tijd of indien dit niet mogelijk is letterlijk ruimte en tijd geven voor het wennen aan de verandering.
  • De training een vaste opbouw geven en deze vooraf vertellen en hier ook aan houden. Duidelijke opdrachten geven, eventueel in tussenstappen. Opdrachten altijd laten voordoen en ondertussen de toelichting geven. Bij voorkeur letterlijk woordgebruik. Voorbeeld: zie je die 4 oranje pionnen? In plaats van: zie je daar dat (denkbeeldige) vierkant?  
  • Voorspelbaar, consequent en direct zijn.  
  • Positieve elementen benoemen. Weet welke sterke kanten/interesses de sporter heeft en gebruik deze om contact te maken en zo nodig als beloning. Betrek de sporter bij het geven van de uitleg over een oefening. 
  • Omgang met ongewenst gedrag. Wees helder, maar niet emotioneel in het geven van feedback. Vermijd het spreken met stemverheffing. Bespreek op rustige toon en vertel het wanneer u geraakt bent. Geef aan wat u ziet (feitelijke gedragingen en de werking van dit gedrag op u, teamgenoten en tegenstanders), vraag naar oorzaken en licht toe welk gedrag nodig is om sporten plezierig te houden voor u, teamgenoten en tegenstanders. Steun de sporter in het aanleren van nieuw gedrag en benoem dit als u het ziet. 
  • Bescherming tegen pesten van en door de sporter door het afspreken van consequenties van pestgedrag in de vorm van een (door sporter ongewenste) consequentie aan pestgedrag, zoals een kwartier minder opgesteld worden in de wedstrijd, het bieden van toezicht, het consequent aanspreken van de pester en contact met ouders/begeleiders.
  • Denk na over of er mogelijkheden zijn voor de sporter om zich terug te trekken of steun te krijgen tijdens de training en maak hierover afspraken met ouders, hulp-trainers of de begeleider van de sporter. 
  • Ga in gesprek met de club over eventuele gewenste aanpassingen en de achtergrond van de verzoeken. 
  • Zorg dat u heldere afspraken maakt. Geef terugkoppeling aan de sporter over welke aanpassingen mogelijk zijn en welke niet en wat de afspraken zijn. Kom de afspraken na en zie toe op naleving door anderen.
  • Licht (in overleg met sporter) betrokkenen in (teamgenoten, trainers, coach, ouders, begeleider, kantinepersoneel, bestuur). Stimuleer binnen het team het teamgevoel en het erbij horen en creëer openheid over ieders eigen kwetsbaarheden en sterke kanten. 
  • Ga na in hoeverre ook andere trainers en sporters binnen en buiten de vereniging hun voordeel kunnen doen met meer kennis over autisme en/of de aanpassingen die u gedaan heeft en informeer hen. 

Stimuleer binnen uw sportvereniging dat er beleid ontwikkeld wordt om sporten voor kinderen - waarvoor het niet altijd vanzelfsprekend is - wel toegankelijk te maken. Het is vaak een kwestie van goed zoeken om een geschikte sportvereniging te vinden die past bij hun behoefte en ontwikkeling. Door uit te dragen dat uw vereniging open staat voor kinderen met autisme helpt u ouders in hun zoektocht.

Handreiking voor sportverenigingen

Sport vanuit autisme bekijken - Wat is de meerwaarde voor de vereniging? Bekijk deze handreiking voor sportverenigingen [PDF]. 

Meer informatie