Collega

Autisme is een andere manier van informatieverwerking. Mensen met autisme kunnen een positieve bijdrage leveren aan de samenleving, maar dat vraagt wel een cultuur waarin ieder individu de kans krijgt om zich binnen zijn capaciteiten te ontwikkelen. Daarvoor is maatschappij-brede kennis nodig over wat autisme inhoudt. Wat kunt u doen? 

Bij u op het werk

Heeft u een collega (m/v) met autisme? Belangrijk is dat zijn andere manier van denken er mag zijn op het werk. Mensen met autisme hebben vaak te maken met zowel onderschatting als overschatting. Zij worden vaak onderschat op het gebied van leervaardigheden en intelligentie, en overschat bij het zelf oppakken van taken, plannen, omgaan met deadlines, druk en sociaal contact. Er kan veel spanning ontstaan als de persoon met autisme het gevoel heeft dat hij niet voldoet aan de verwachtingen van de omgeving. Onder spanning kan overprikkeling ontstaan, soms met onvoorspelbaar gedrag als gevolg.  

De Gesprekshulp voor werk geeft een indruk van de invloed die autisme kan hebben op uw collega. 

Wat kunt u doen?

U kunt interesse tonen in uw collega en het gesprek aangaan om beter te begrijpen wat autisme voor uw collega betekent. Dit kan helpen om beter samen te werken. Leren om effectief samen te werken is een proces, waarin iedereen zal moeten investeren. Ga het gesprek niet uit de weg. Voorbeelden van gespreksonderwerpen zijn (het belang van):

  • Afspraken maken en nakomen;
  • Prioriteiten stellen en deze toelichten;
  • Concreet communiceren in de mail;
  • Veranderingen tijdig aankondigen, toelichten en tijd geven voor het wennen hieraan;
  • Wachten met het bespreken van plannen die nog in de conceptfase zitten tot deze concreter zijn;
  • Evaluatiemomenten afspreken om de kwaliteit van de onderlinge samenwerking te bespreken;
  • Bespreekbaar maken van het autisme en wat u daarvoor kunt doen.

En verder...

  • Toon neutraal begrip wanneer uw collega als gevolg van zijn autisme een korte time-out nodig heeft op het werk. Bied voldoende veiligheid zodat uw collega het kan aangeven als hij overprikkeld is, of verwacht dat dit gaat gebeuren. Oordeel niet als hij bijvoorbeeld plotseling een vergadering verlaat. 
  • Soms zijn mensen met autisme tijdens een vergadering zo in de war dat zij moeten ‘herordenen’. Zij kunnen dan niet meer bijdragen aan het gesprek. Het kan dan helpen om even stil te zijn, en uw collega hardop laten denken en ordenen. 
  • Bovenstaande situaties zijn voorbeelden. Voor iedereen is het anders, de context speelt een belangrijke rol. 
  • Ontstaan er toch misverstanden? Creëer dan ruimte voor uw collega en voor uzelf om te bespreken wat er aan de hand is. Vul niet in wat de ander denkt. Vraag uw collega hiernaar en sta open voor het antwoord, ook al is het anders dan wat u verwacht.
  • Bij misverstanden is er vaak sprake van onmacht, niet van onwil. 

Meer informatie